vrijdag 23 oktober 2026
Van maandagmiddag naar dinsdagmorgen
dinsdag 4 augustus 2026
Mijn overgrootmoeder en ik
De eerste ontmoeting met overgrootmoeder vond enkele maanden na mijn geboorte plaats tijdens de presentatie van ‘het kind, het eerste kleinkind, het eerste achterkleinkind ‘ aan de familie van mijn moeder. Overgrootmoeder was 70 jaar, ik een paar maanden oud.
Vier jaar later ontmoette ik haar echt. Mijn moeder bracht me als offerande naar haar toe. Het kind moest getoond worden. Ik was doodsbang. Daar zat een hele oude vrouw, ouder dan ik ooit gezien had. Ik had het gevoel dat ik haar helemaal niet interesseerde. Terwijl ze met mijn moeder sprak, keek ik vol afschuw naar haar handen. Handen met dikke, blauwe aderen die zo stuk konden gaan. Heksenhanden.
Zes jaar later stierf ze. In de bedstee bij haar dochter. De avond daarvoor zei ze tegen haar dochter dat ze geen zin meer had in het leven. De volgende ochtend werd ze dood gevonden.
Ik ben nu 82 jaar en het leven bevalt me nog steeds. Elke dag kijk ik naar mijn handen, haar handen, en herinner me dat bezoekje, achtenzeventig jaar geleden.
woensdag 24 juni 2026
De lift, een droom
Hein en ik hadden Jacques ontmoet ergens en met z’n drieën gingen we naar zee. Hein zat in een rolstoel en Jacques duwde hem. Op de boulevard gingen Hein en Jacques op een bankje zitten om bij te praten. Langs de kust was veel industrie en in de verte was de stad zichtbaar. Ik ging op verkenning, ging een duintje op om de omgeving beter te kunnen zien. Toen ik omkeek zag ik dat Hein en Jacques weer teruggingen. Dit keer trok Jacques de rolstoel en Hein erachter, alsof hij in een kleine koets zat. Ze hadden behoorlijke vaart, ik moest er hard achteraan rennen om te zorgen dat ik ze niet uit het oog verloor.
In de stad gekomen zag ik ze verdwijnen in een groot gebouw. Bij binnenkomst stond ik in een grote hal vol met liftdeuren. Hein stond bij een lift te wachten. Jacques was verdwenen. Geen rolstoel te bekennen. De lift kwam, Hein stapte in en ik moest weer rennen om er ook in te stappen. Achter me riep iemand mijn naam. Ik keek om. Een onbekende man. Hij kende me. Ook hij nam de lift.
Eenmaal binnen bevonden we ons in een grote ruimte met houten banken langs de kant. Hein zat op een van de banken en had allerlei papieren bij zich. Om hem heen stond een groep mensen. Hij praatte ergens over en deelde papieren uit. Langzaam begreep ik dat hij over Maarten vertelde en dat de mensen er met veel aandacht naar luisterden.
De lift stopte. Mensen stapten uit. Het groepje rond Hein werd langzaam kleiner tot iedereen weg was. Ik riep dat hij ook de lift uit moest, maar hij was zijn papieren aan het verzamelen. Ik werd wanhopig, hij moest eruit. Ik riep harder, schreeuwde bijna. Eindelijk stond hij op. Een vrouw legde haar hand op mijn arm, lachte vertederd naar me en zei: “zo gaat het altijd, hè. Zo doen wij vrouwen dat.” En Hein kwam, tot mijn grote opluchting, op tijd de lift uit.
vrijdag 12 juni 2026
Droom
donderdag 30 april 2026
Lente
zondag 29 maart 2026
Een droom
De bussen in Noord krijgen andere routes en ik probeerde vanmiddag te begrijpen wat dat voor mij betekende. Een moeizame poging met een verwarrende GVB website.
Daarvóór waren we met Ingrid naar een tentoonstelling geweest over Jan Toorop. Ze had ons opgehaald - een mooie rit over bekende autowegen, door het Gooi naar het Singermuseum. En terug namen we voor het eerst sinds maanden de trein. Het Naardermeer lag er in al zijn schoonheid nog steeds, niet weggevaagd door bouwprojecten, die in onze eigen buurt al het groen opslokken.
Deze nacht droomde ik dat ik naar school moest om een tekst voor te lezen. De school lag ver weg en was per bus te bereiken. Ik zocht uit wanneer de bus zou rijden. Na veel moeite bleek hij om 01.24 uur te vertrekken en tegen de ochtend pas bij de school aan te komen. Iemand zei: een mooie aankomst, de dauw ligt dan op het gras.
De jongen vertelde het aan zijn vader en vroeg of hij hem niet weg kon brengen. Met de auto was het maar een klein stukje. De vader stemde in, maar stelde als voorwaarde dat het kind eerst zijn tekst aan hem moest voordragen. Na het avondeten zouden ze dan vertrekken. Het voorlezen begon en het kind ontdekte dat er in de tekst meer lagen waren dan hij gedacht had. Al lezend legde hij nu andere accenten. Er waren meer personen aan het woord. Een van de personen was zijn zuster die bedroefd was over alles wat haar overkwam. Het voorlezen veranderde in een betoverend begrijpen.
De vader moest iets anders doen en verdween. De jongen ging verder met het voordragen van de tekst, maar de magie verdween. Allengs werd het weer een gewoon opzeggen van de woorden. Hij probeerde terug te keren naar het moment dat alles helder was, maar het lukte niet meer.
Op dat moment werd ik wakker, de droom ijlde nog door. In mijn half-wakkere toestand probeerde ik nieuwe woorden te zoeken, in de hoop de betekenis terug te vinden. Langzaam werd ik echt wakker en bleef alleen de herinnering.
Afbeelding: Jan Toorop, De pelgrim, 1921.
zondag 15 maart 2026
80+
De wereld wordt klein en stil hierbinnen. Buiten raast de storm van oorlog. Nu nog ver weg, maar als de berichten waar zijn komt ook voor ons de waanzin steeds dichterbij.
Onze wereld bestaat uit vijf kilometer rondom ons huis. Te voet. Daarin is alles binnen bereik. Ook een bushalte en een metrostation. Maar daar maken we nog zelden gebruik van.
De geest wil meer, legt zich niet neer bij de werkelijkheid van het oud worden. Oud zijn is al helemaal niet geaccepteerd…
In ons hoofd maken we nog de oude plannen (vakantie op Texel), hebben nog steeds nieuwe wensen. Bucketlijsten zouden hier op hun plaats zijn. Voorbeeld voor hem: nog één keer een grote reis, naar Japan. Voor haar: nog één keer Noorwegen, desnoods met een cruise.
Oud zijn is een kunst. Aanpassen, maar niet zonder leven, zonder genieten en zonder aandacht voor het proces dat zich nu ontwikkelt.
Herman Hesse zegt het prachtig in zijn gedicht ‘Stufen’:
‘Wie jede Blüte welkt und jede Jugend
Dem Alter weicht, blüht jede Lebensstufe,
Blüht jede Weisheit auch und jede Tugend
Zu ihrer Zeit und darf nicht ewig dauern.
Es muß das Herz bei jedem Lebensrufe
Bereit zum Abschied sein und Neubeginne,
Um sich in Tapferkeit und ohne Trauern
In andre, neue Bindungen zu geben.’
Van maandagmiddag naar dinsdagmorgen
Van maandagmiddag naar dinsdagmorgen tot vrijdagavond Wat een mens kan overkomen in een paar dagen Afspraakje met Lene op maandagmiddag ...
-
Lente Er is elk jaar een moment dat tot me doordringt dat de winter voorbij is. Hoewel voor mijn raam de bomen allang groen worden, elk in...
-
Zondag 7 juli, klokslag 8.00 Een droom …Langzaam ebt de droom weg. Een gevoel van eenzaamheid blijft… Het begon in een oud kantoorgebouw. Ik...
-
Wolken Vanmorgen was het even stil in huis. De dag van gisteren, waarin de onrust van de voorbije week wegebte, had nog nageklonken. De st...


