vrijdag 12 december 2025


Zondag 28 september - een droom


Ik droomde dat ik met Hein en Emilie een wandeltocht ging maken. We hadden afgesproken aan het begin van de tocht, in een café. Ik was de eerste en vroeg me af of ik die wandeltocht wel zou kunnen maken. Ik had namelijk een been geblesseerd en was al erg verbaasd dat ik bij het beginpunt aangekomen was. Ik kon me niet herinneren hoe ik dat voor elkaar gekregen had.


Na een tijdje verschenen Hein en Emilie.  Ik vertelde dat ik aarzelde of ik wel meekon. “Onzin”, zei Emilie en vouwde een enorme landkaart uit om een laatste blik op de route te werpen. Ik keek naar het pad, dat zich voor ons uitstrekte. Onregelmatige stenen tussen stukjes gras zover het oog reikte. Op dat moment wist ik zeker dat ik daar geen stap zou kunnen lopen. “Ik ga niet mee”, zei ik.

Dat was geen probleem, zeiden ze en vertrokken.


Ik keek ze na. Nog even leek het of ze omkeerden, maar nee. Ik moest zelf aan de terugweg beginnen. Met vastgrijpen van elke boomtak, verkeerspaal, elk uitstekend punt lukte het me om een dorpje te bereiken. Daar ging ik op een terrasje zitten, rustte uit, en beraadde me op het vervolg van de route, al had ik geen idee waar ik heen moest. 





En toen werd ik wakker en was ik weer in De Die, een rolstoel naast mijn bed en een alarmknopje om mijn hals. Hier revalideerde ik na een val thuis op 11 september jl. waarbij ik een breukje in mijn bekken opliep.


Nu, 12 december, zijn er momenten dat ik weer loop als voor mijn val. Het herstel heeft vier maanden geduurd, vanaf 14 oktober thuis. Een hele reis. Een les in oud worden ook.

vrijdag 18 juli 2025


Mijn moeder, ergens in de jaren vijftig. 
“Zo, ik ga weer eens aan het werk”




Een brief


Ik ga haar een brief schrijven, dacht ik. Naar de hemel, want daar is ze vast wel.

Mijn moeder was die dag helemaal aanwezig, de dag dat ik voor het eerst een hulp in de huishouding had. 


Het kwam zo. Bij een bezoekje aan de huisarts was mij dringend aangeraden hulp te zoeken bij het poetsen en stofzuigen. Het werd tijd, ik moest maar eens rondvragen bij vrienden en kennissen, want het zou wel moeilijk zijn om iemand te vinden. 

Twee dagen later troffen we een buurvrouw in het plaatselijke café. Ik dacht aan de opdracht van de dokter en vroeg “heb jij een hulp”. Ja, dat had ze. 

“Zou ze tijd voor mij hebben?”

“Ik zal het haar vragen.”

De volgende dag al kwam de hulp langs, ze had tijd, wanneer kon ze beginnen.


Gisteren was de grote dag. Ik had mijn huis gestoft en opgeruimd en vond het er mooi uitzien. Maar nu ik hier zit te schrijven en ze geweest is, denk ik aan alle verborgen hoekjes die weer aandacht krijgen en aan alles wat weer blinkt en schittert. En aan de korte gesprekjes waarin we elkaars leven leren kennen.


Vreemd, ik moet eerst oud worden om me in vreugde te verbinden met mijn moeder in haar liefste bezigheid, het schoonmaken.

dinsdag 8 juli 2025


Zondag 7 juli, klokslag 8.00


Een droom


…Langzaam ebt de droom weg. Een gevoel van eenzaamheid blijft…


Het begon in een oud kantoorgebouw. Ik werk er, maar doe er niets. Het is het eind van de dag, maar ik moet nog een uur volmaken. Ik dwaal door het gebouw. Er komt een vrouw naar me toe, een collega. Ik hoorde dat we weg kunnen, zegt ze. 


Ik loop met haar een trap af en bedenk dat ik eigenlijk met pensioen moet. Ik ben al oud en heb geen idee waarom ik hier nog van nut ben. Maar er is ook de financiële noodzaak. Ik kan de inkomsten niet missen. Het maakt me bang.


Een verdieping lager, in het café, ontmoeten we een groep collega’s die ook vroeg weg mogen. We sluiten erbij aan. Een ervan ken ik, uit mijn zengroep.

De bedrijfsarts komt binnen en brengt me een lege weekendtas. Zonder commentaar zet hij hem naast me neer en verdwijnt. Het is mijn oude tas. Wat moet ik daarmee. Mee naar huis nemen kennelijk. Is dit een teken dat ze me niet meer nodig hebben. Ik pak de tas op en zonder iets te zeggen loop ik weg, naar buiten.


Onzeker kijk ik om me heen. Ben ik op de fiets gekomen? Maar waar heb ik hem dan neergezet? Ik loop het hek langs waar alle fietsen neergezet worden. Nergens staat iets bekends. Ben ik echt zo vergeetachtig geworden, dat ik me niet meer herinner hoe ik hier gekomen ben? De angst slaat opnieuw toe. Ik zet de tas neer, loop weg en stap een bus in.


In de bus merk ik dat ik geen strippenkaart meer heb. Ik moet de bus uit om een nieuwe te kopen. De bus rijdt door het platte land. Weilanden en af en toe een stukje bos. Naast me overlegt een stel waar ze schoenen gaan kopen. Opgelucht vraag ik of ze daar ook een strippenkaart hebben. Ze denken van wel. Ze zullen me waarschuwen als ze er zijn.


We komen aan op een pleintje vol met winkels. De bus stopt. Ik vraag de chauffeur  waar hier een strippenkaart te koop is. Hij wijst een kleine winkel aan, vol met bric-à-brac. Ik vraag wanneer de volgende bus komt die me naar mijn bestemming zal brengen. Over 20 minuten, zegt hij.


Ik stap uit, ga naar het winkeltje, vraag daar een strippenkaart. De winkelier schat de prijs, ‘geen idee’, ik betaal, krijg een handje kleingeld terug, stap naar buiten en kom weer op het pleintje. De bus is verdwenen, het is donker geworden, er is geen mens meer te bekennen en het regent. In de verte komt een nieuwe bus aan. Ik houd de bus staande en vraag naar de bestemming. Helaas, niet de bus die ik moet hebben. De vriendelijke chauffeur geeft nog eens het goede busnummer.


Weer alleen op het pleintje zie ik de lichten van de bus in het donker verdwijnen. Opeens dringt tot me door dat mijn voeten nat worden. Het hele plein stroomt vol met water en het regent steeds harder. Er lijkt een overstroming plaats te vinden. Ook de bushalte verdwijnt in het water. Hier zal geen bus meer komen. Ik zie een paal boven het water uitsteken. Ik loop er heen en houd me daaraan vast.


…en word wakker…

maandag 27 januari 2025

 



Wolken


Vanmorgen was het even stil in huis. De dag van gisteren, waarin de onrust van de voorbije week wegebte, had nog nageklonken. De stilte overviel me terwijl ik naar de wolken keek. De lucht was blauw en daarin dreven ze voorbij. Het was alsof de tijd voor mijn ogen verstreek, schuld-loos, doel-loos. In dat stille moment was er niets dat aan me trok. Ik ging alleen maar mee met het verstrijken van de tijd.


Toen het weer voorbij was mijmerde ik verder over ‘de tijd’. Ik bladerde door de toespraken van Maarten en vond ‘Jezelf de tijd geven’, een toespraak uit Huissen, december 1999, zondag. En zo kwam het dat dit de toespraak van de maand februari 2025 werd. 

Een toespraak opgenomen op video en ook als e-book uitgegeven (Tao-zen cahier 4#)

Zondag 28 september - een droom Ik droomde dat ik met Hein en Emilie een wandeltocht ging maken. We hadden afgesproken aan het begin van de ...